🌷 Nederlands OnlineZelfstandig Nederlands leren voor het echte leven
🏠 Terug naar hoofdstukkenschema
Hoofdstuk 2: Familie en gezin
Boek & website · 教材与网站

Hoofdstuk 2 · Familie en gezin

第2章 · 家庭与家人

Dezelfde route als in je boek. Luister, spreek, speel en oefen hier verder.

与教材相同的学习路线。在这里继续练习听力、口语、词汇和实际任务。

BOEK 1 · HOOFDSTUK 2

Familie en gezin

第二课 家庭和家人

Je leert over je familie vertellen, familieleden benoemen, vragen stellen, aantallen en leeftijden noemen en een eenvoudig familiegesprek voeren.

Start hoofdstuk
Na dit hoofdstuk kun je:
  • familieleden benoemen;
  • vertellen waar familie woont;
  • zeggen hoeveel broers, zussen of kinderen iemand heeft;
  • een leeftijd noemen;
  • vragen stellen en een kort familiegesprek voeren.
完成本章后,你可以用简单的荷兰语介绍家庭成员、年龄、居住地,并进行简短的家庭对话。

Proefaudio: browserstem. Productieversie: vaste MP3-stemmen uit de audiomaster.

STARTA1 → A2 → B1
Voortgang:○ Lezen○ Luisteren○ Woorden○ Zinnen○ Uitspraak○ Grammatica○ Spreken○ Schrijven○ Cultuur○ Eindmissie
01 · Lezen + luisteren

Li Ming vertelt over zijn familie

Na de eerste les loopt Li Ming met een goed gevoel naar huis. Hij heeft nieuwe mensen ontmoet en hij heeft al een beetje Nederlands gesproken.

Wanneer hij thuiskomt, ziet hij dat zijn moeder heeft gebeld. Hij belt meteen terug.

‘Hallo mam!’

‘Hallo Li Ming! Hoe was je eerste les?’

‘Heel leuk. Ik heb een aardige docent. Hij heet Jan.’

‘Heb je ook nieuwe vrienden?’

‘Ja. Ik heb Anna en Peter ontmoet.’

Zijn moeder glimlacht. ‘Dat is fijn.’ Daarna vraagt zij: ‘Vertel eens iets over de andere cursisten.’

Li Ming laat een foto van de klas zien. ‘Anna komt uit Duitsland. Peter komt uit Nederland. Iedereen helpt elkaar.’

Zijn vader komt ook aan de telefoon. ‘Ben je al gewend aan Nederland?’

‘Steeds meer.’

‘En hoe gaat het met je Nederlands?’

‘Nog niet zo goed,’ lacht Li Ming. ‘Maar iedere dag leer ik nieuwe woorden.’

Na het gesprek kijkt Li Ming nog eens naar de foto van zijn familie. Hij mist zijn ouders soms. Maar hij weet waarom hij naar Nederland is gekomen. Hij wil hier een goede toekomst opbouwen.

De volgende dag vraagt docent Jan in de les: ‘Vertel eens iets over je familie.’

Li Ming staat op. ‘Mijn vader en moeder wonen in Shanghai. Ik heb één zus. Zij studeert aan de universiteit. Ik ben niet getrouwd.’

Jan glimlacht. ‘Prima gedaan.’

Oefening 1 — Begrijpen

Wie heeft Li Ming gebeld?

Waar wonen zijn ouders?

Wat doet zijn zus?

Oefening 2 — Goed of fout?

Li Mings ouders wonen in Nederland.

Anna komt uit Duitsland.

Li Ming heeft één zus.

Li Ming is getrouwd.

02 · Luisteren

Luister eerst, kijk daarna

Oefening 1 — Luistervragen

Oefening 2 — Dictee

Het antwoord verschijnt pas na je eigen poging.

03 · Woorden

Familiewoorden

Actieve woorden leer je zelf gebruiken. Passieve woorden hoef je nu vooral te herkennen.

Actieve woordenschat

Passieve woordenschat

Wie is wie?

De vader en moeder samen zijn de …

Kies het woord

Een zoon of dochter is een …

Gebruik actief

Maak drie eigen zinnen met familie, hebben en samen.

04 · Zinnen

Standaardzinnen — jouw taalgereedschap

Familie

Ouders

Broers en zussen

Kinderen

Persoonlijke informatie

05 · Uitspraak

aa · oe · ij

aa

vader · naam · samen

oe

broer · moeder · goed

ij

klein · mijn · zijn

Luister en herhaal

06 · Grammatica

Praten over familie

Bezittelijke woorden

mijn · je/jouw · uw · zijn · haar · ons/onze · jullie · hun

Let op: mijn vader, niet de mijn vader.

Meervoud

broer → broers
zus → zussen
kind → kinderen
tante → tantes

Leeftijd

Ik ben 25 jaar oud.
Niet: Ik heb 25 jaar.

Oefening — mijn / zijn / haar / ons / onze

Anna vertelt over ___ moeder.

Wij praten over ___ gezin.

Wij praten over ___ familie.

Oefening — niet of geen?

Ik heb ___ kinderen.

Ik ben ___ getrouwd.

Mijn zus woont ___ in Nederland.

Hebben

ik heb · jij hebt · u/hij/zij heeft · wij/jullie/zij hebben

Mijn vader ___ drie zussen.

Speciaal voor Chineestaligen — verbeter

1. Ik heb 28 jaar. →

2. De mijn vader woont in China. →

3. Ik ben geen getrouwd. →

Speel met de woorden · 玩词汇

Woorden oefenen mag leuk zijn

用小游戏反复练习本章词汇。
07 · Spreken

Van steun naar zelfstandig spreken

Doel: je gesprekspartner begrijpt de belangrijkste informatie. Fouten maken mag.

Luister en antwoord

Dialoog met Peter

Peter: Heb je broers of zussen?
Li Ming: Ja, ik heb één zus.
Peter: Waar woont zij?
Li Ming: Zij woont in Shanghai.
Peter: Zie je haar vaak?
Li Ming: Nee, maar we videobellen iedere week.

Neem jezelf op — 30 tot 60 seconden

Gebruik steekwoorden: FAMILIE · OUDERS · BROERS/ZUSSEN · LEEFTIJD · WOONPLAATS · CONTACT.

Als je iets niet begrijpt

08 · Schrijven

Van losse zinnen naar een familietekst

Bouw je tekst

Mijn familietekst

Zelfcheck

09 · Cultuur

Familie in Nederland en China

Gezinnen verschillen. Algemene verschillen tussen Nederland en China zijn geen regels voor ieder gezin.

Vragen als Heb je kinderen? of Ben je getrouwd? kunnen voorkomen, maar iemand hoeft daar niet op te antwoorden. Zeer persoonlijke vragen over inkomen of geld worden bij een eerste kennismaking meestal vermeden.

Wat past?

Iemand wil een familievraag liever niet beantwoorden. Wat kun je doen?

10 · Eindmissie

Voer een familiegesprek

Vertel minimaal drie dingen over een familie en stel de ander minimaal drie vragen. Gebruik minstens één zin met hebben, één bezittelijk woord en één leeftijd. Deel alleen informatie die je prettig vindt.

Mijn ik-kan-profiel

Geslaagd: de ander begrijpt de belangrijkste informatie en jij kunt eenvoudige vragen stellen en beantwoorden. Je hoeft niet foutloos te spreken.