Na de eerste les loopt Li Ming met een goed gevoel naar huis. Hij heeft nieuwe mensen ontmoet en hij heeft al een beetje Nederlands gesproken.
Wanneer hij thuiskomt, ziet hij dat zijn moeder heeft gebeld. Hij belt meteen terug.
‘Hallo mam!’
‘Hallo Li Ming! Hoe was je eerste les?’
‘Heel leuk. Ik heb een aardige docent. Hij heet Jan.’
‘Heb je ook nieuwe vrienden?’
‘Ja. Ik heb Anna en Peter ontmoet.’
Zijn moeder glimlacht. ‘Dat is fijn.’ Daarna vraagt zij: ‘Vertel eens iets over de andere cursisten.’
Li Ming laat een foto van de klas zien. ‘Anna komt uit Duitsland. Peter komt uit Nederland. Iedereen helpt elkaar.’
Zijn vader komt ook aan de telefoon. ‘Ben je al gewend aan Nederland?’
‘Steeds meer.’
‘En hoe gaat het met je Nederlands?’
‘Nog niet zo goed,’ lacht Li Ming. ‘Maar iedere dag leer ik nieuwe woorden.’
Na het gesprek kijkt Li Ming nog eens naar de foto van zijn familie. Hij mist zijn ouders soms. Maar hij weet waarom hij naar Nederland is gekomen. Hij wil hier een goede toekomst opbouwen.
De volgende dag vraagt docent Jan in de les: ‘Vertel eens iets over je familie.’
Li Ming staat op. ‘Mijn vader en moeder wonen in Shanghai. Ik heb één zus. Zij studeert aan de universiteit. Ik ben niet getrouwd.’
Jan glimlacht. ‘Prima gedaan.’
